Ongekend Haags

Componence Asset List

26 februari 2018

regulier-wink.png

Indien een depressie zo diep ellendig, verdrietig en wanhopig is dan moet een manie wel gezellig, vrolijk en opbeurend zijn, toch? Helaas, niet voor mij. Ik zit in de ‘Razende Roeland-modus’ want mijn hoofd loopt over van prikkels en ideeën. Het lijkt alsof ik chilipepers in mijn billen heb omdat ik continu opspring. Ik beweeg me gejaagd en geagiteerd door het huis en wil opruimen, terwijl alles al is opgeruimd. Dankzij stemmingsstabilisatoren als lithium en Quetiapine én psycho-educatie (kennis over deze ziekte) heb ik meer vat op de manieën. Wel stoei ik geregeld nog met hypomanie (dit is een lichtere vorm van manie). Ik vergelijk hypomanie met ADHD–gedrag in het kwadraat: lekker druk, veel grapjes maken, enthousiast, snel schakelen en hard praten. Uitbundig ‘de Horlepiep’ dansen is hiervan een mooi voorbeeld (late feestgangers van de Ladies Circle–Bingo op de Kieviten weten precies waar ik het over heb;-). Hard lachen natuurlijk. De volgende ochtend vraag ik mij echter vertwijfeld af of ik niet té uitbundig was…?

Bezoekers van de Jumbo, die mij luid kakelend bij de kassadames aantreffen, weten ook wat ik met hypomanie bedoel: lekker spontaan en met het grootste gemak een kletsje maken! Gelukkig heb ik -meestal- voldoende inzicht om de lange rij wachtenden achter mij op te merken. Maar mocht je mij, waar dan ook in het dorp, op overenthousiast gedrag betrappen, geef me een knipoog. Ik weet dan precies hoe laat het is en daarmee doe je mij en jezelf een groot plezier. Maar vraag me alsjeblieft niet of ik mijn pillen wel heb ingenomen. Geloof me, die neem ik gegarandeerd elke dag in (er zijn ongetwijfeld lotgenoten die dat niet doen). En ook de opmerking: “Corne, wat loop je weer te tetteren!” vind ik bloedirritant. Ik weet dat ik soms teveel lawaai maak maar dat doe ik dus niet expres!

Hoe tackel ik (hypo)manisch gedrag? Zuinig met social media, beeldschermen om 21.00 uur uit, alleen in het ‘Hertenkampje’ wandelen, mediteren, schoolplein en feestjes vermijden, naar klassieke muziek luisteren en met de handen in de aarde wroeten. Ik herhaal het nog maar eens: de bipolaire stoornis is een ziekte en komt in alle lagen van de bevolking voor (Mozart, V. van Gogh en Churchill waren bipolair). Om de balans er goed in te houden moet ik dagelijks hard werken. Dat is niet erg. Als ik daarbij begrip en liefdevolle steun van mijn omgeving krijg is dat een groot geschenk.

Cornelie

Egelie-Sprenger is columniste. Haar boek Pillendoos is verkrijgbaar in de boekhandel en op bol.com. Deze column is eerder gepubliceerd in de Wassenaarse Krant.